PAY-OFF

Normen en Gedragscodes

Normen

Basisnormen, Leennormen en minimale inkomensafhankelijke Leennormen per 01-01-2020:

Op basis van de minimum voorbeeldbegrotingen ‘19 van het Nibud zijn de basisnormen als volgt vastgesteld:

Leennormen exclusief vakantiegeld en toeslagen:

De Leennorm exclusief toeslagen en vakantiegeld wordt vanaf 1 januari 2020 op een andere wijze vastgesteld. Per gezinscategorie wordt een aanvullende opslag gehanteerd.

Voor de verschillende gezinscategorieën dient de exclusief leennorm vanaf 1 januari 2020 als volgt te worden bepaald:

Alleenstaand: Leennorm = (basisnorm)+(15%*(Netto inkomen-norm woonlast – basisnorm)) + (€40)

Alleenstaand met kinderen: Leennorm= (basisnorm)+(15%*(Netto inkomen-norm woonlast – basisnorm)) + (€226)

Gehuwden/Samenwonenden: Leennorm=(basisnorm)+(15%*(Netto inkomen-norm woonlast – basisnorm)) + (€119)

Gehuwden/Samenwonenden met kinderen: Leennorm=(basisnorm)+(15%*(Netto inkomen-norm woonlast – basisnorm)) + (€244)

Een voorbeeld:

Voor aan alleenstaande zonder kinderen met een netto maandinkomen van €2.043 wordt de exclusief Leennorm vanaf 1 januari 2020 als volgt bepaald:

Leennorm = (€814) + (€150) + (€40) = €1.004

Leennormen inclusief vakantiegeld en toeslagen:

De wijze van vaststelling van de Leennorm inclusief vakantiegeld en toeslagen vanuit de basisnormen wordt niet gewijzigd. (Hier blijft de huidige berekening van toepassing: Leennorm = (basisnorm) + (15%*(Netto inkomen – Norm woonlast – Basisnorm)).

Afgetopte Leennormen:

Voor de hogere inkomens kunnen ook vanaf 1 januari afgetopte Leennormen worden gehanteerd. De betreffende minimum Leennormen per 1 januari 2020 zijn als volgt vastgesteld:

Forfaitaire afslag op de bruto hypotheeklasten:

De netto hypotheeklasten van huiseigenaren kunnen forfaitair worden vastgesteld door een afslag te hanteren op de bruto hypotheeklasten. De wijze waarop de forfaitaire afslag dient te worden gehanteerd, is per 1 januari 2020 als volgt:

Vanaf een hypothecaire bruto maandlast van €350 mag de volgende forfaitaire aftrek in mindering worden gebracht:

10% bij inkomens tot 1,5 * modaal

15% bij inkomens vanaf 1,5* modaal

De grens van 1,5* modaal ligt bij het volgende maandinkomen:

Het is relevant om te vermelden dat de afslag van 10 of 15% gebaseerd dient te zijn op het (gezamenlijke) bruto inkomen van de aanvrager(s). Als de individuele netto-inkomens van twee aanvragers conform de tabel worden gecombineerd, kan het namelijk zijn dat gezamenlijk niet het bijbehorende bruto grensbedrag wordt bereikt.

Als de forfaitaire aftrek leidt tot een vastgestelde maandlast van minder dan €350, wordt een maandlast van €350 gehanteerd in het kader van de kredietbeoordeling.

Als de bruto hypotheeklast minder bedraagt dan €350 wordt geen forfaitaire aftrek gehanteerd (dan is de te hanteren maandlast in het kader van de kredietbeoordeling de bruto maandlast van de hypotheek).

De kredietaanbieder mag in het kader van de kredietwaardigheidstoetsing ook uitgaan van de werkelijke netto maandlasten van de hypotheek voor de consument. Als hiervoor wordt gekozen dient op adequate wijze rekening te worden gehouden met (mogelijk) stijgende netto hypotheeklasten gedurende de looptijd van het krediet.