DNB: Nederlandse grootbanken lijden beperkte verliezen op hypotheekportefeuilles

DNB: Nederlandse grootbanken lijden beperkte verliezen op hypotheekportefeuilles

Uit onderzoek van DNB onder de 4 grootste Nederlandse banken blijkt dat er tijdens de crisis relatief weinig verliezen zijn geleden op de hypotheekportefeuilles. Terwijl de huizenprijzen met 20% daalden en het aantal transacties met 45% afnam, namen de kredietverliezen op de hypotheekportefeuille slechts met maximaal 0,2% per jaar toe, aldus DNB. Dit ondanks de hoge Nederlandse hypotheekschuld van € 650 mld. (95% BBP), de (relatief) hoge LTV van 102% en het hoge percentage aflossingvrije hypotheken (60%) als onderdeel van de hypotheekschuld. Hier liggen een aantal specifieke Nederlandse factoren aan ten grondslag. Zo overstijgt de vraag naar woningen het aanbod structureel, blijft het aantal wanbetalers beperkt door het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel, blijft de huiseigenaar aansprakelijk voor een eventueel verlies en hebben Nederlanders relatief weinig andere schulden zoals persoonlijle leningen of autoleningen, aldus DNB.

DNB wijst echter ook op risico’s. ‘Aflossingsvrije’ hypotheken moeten aan het einde van de looptijd natuurlijk wel worden afgelost. Als hier niet voor is gespaard moet het huis worden verkocht of moet een nieuwe hypotheek worden afgesloten, maar dat is dan vaak op basis van een lager inkomen en zonder hypotheekrenteaftrek. Een ander risico voor hypotheekportefeuilles dat DNB beschrijft is het scenario van lage huizenprijzen in combinatie met hoge LTV’s. Eerder stelde DNB al dat ‘het huidige herstel van de woningmarkt moet worden gebruikt om de schokbestendigheid van de woningmarkt verder te vergroten’. Om dat te bewerkstelligen zijn volgens DNB ‘een versnelde versobering van de hypotheekrenteaftrek, een verdere verlaging van het maximaal te lenen bedrag in relatie tot de waarde van de woning na 2018 en meer betaalbare woningen in het vrije segment van de huurmarkt’ nodig.

Klik hier om het bericht van DNB te lezen.