Dijsselbloem: Evaluatie provisieverbod afwachten om te beoordelen of provisieverbod moet worden uitgebreid.

Dijsselbloem: Evaluatie provisieverbod afwachten om te beoordelen of provisieverbod moet worden uitgebreid.

In antwoord op Kamervragen van Arnold Merkies (SP) over wurgkredieten heeft Minister Dijsselbloem op 3 november aangegeven dat hij de evaluatie van het provisieverbod in 2017 wil afwachten om te beoordelen of de reikwijdte van het provisieverbod moet worden verruimd.

Op de vraag van Merkies of de Minister van mening is dat ‘het huidige provisiesysteem bij consumptief krediet voldoende vrij is van de perverse prikkel die ertoe zou leiden dat tussenpersonen ernaar streven om een consumptief krediet zo lang mogelijk in stand te houden en het saldo zo hoog mogelijk te laten blijven, geeft Dijsselbloem aan dat ‘Een eventuele perverse prikkel om het krediet zo lang mogelijk in stand te houden en zo hoog mogelijk te laten zijn, lijkt […] te worden gemitigeerd door het primaire belang bij verantwoorde kredietverlening’

Het provisiegebod bij consumptief krediet houdt in dat de beloning van de bemiddelaar over de looptijd van het krediet wordt betaald, waardoor de bemiddelaar gedurende de looptijd betrokken blijft, maar deze betrokkenheid is niet onbeperkt.

Dijsselbloem: ‘Indien consumenten gaandeweg toch bekneldraken, dan kan de bemiddelaar worden benaderd door de consument zonder dat daar extra kosten aan verbonden zijn. Voor een bemiddelaar die weigert bijstand te verlenen, kan de consequentie zijn dat de consument met zijn probleem naar een andere bemiddelaar toegaat. Als die andere bemiddelaar tot een nieuwe kredietovereenkomst komt, dan krijgt de eerste bemiddelaar geen provisie meer. Ook als de consument een betalingsachterstand van twee of meer maanden heeft, krijgt de bemiddelaar zijn maandelijkse provisie niet meer. De bemiddelaar heeft er dus vooral belang bij dat ten eerste een verantwoord krediet wordt verstrekt en dat de klant wordt geholpen indien er toch problemen ontstaan, omdat hij anders zijn provisie voor de toekomst kan verliezen’.

Op de vraag van Merkies of het klopt ‘dat stichtingen en individuen die de consumenten met een klacht over hun consumptief krediet bijstaan dit van de AFM alleen mogen doen wanneer zij hiervoor een Wft-vergunning als kredietbemiddelaar hebben’, geeft Dijsselbloem aan dat dat afhankelijk is van wat wordt verstaan onder het begrip ‘bijstaan’. Als sprake is van bemiddelen zal dit het geval zijn, en ook als stichtingen en individuen de consument adviseren zullen zij in veel gevallen vergunningplichtig zijn.

Omdat bij bemiddelen in consumptief krediet bewust gekozen is voor een provisiegebod, geldt ook voor dergelijke stichtingen en individuen dat zij enkel een doorlopende provisie van de geldverstrekker mogen ontvangen en geen kosten bij de consument in rekening mogen brengen, aldus Dijsselbloem.

De complete beantwoording van de vragen vindt u onderstaand.

antwoorden-kamervragen-over-wurgkredieten