VFN waakt voor doorschieten kredietregels

VFN waakt voor doorschieten kredietregels

Martin Aalders, voorzitter van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN), vindt dat de consument in de voorgestelde nieuwe regelgeving voor consumptief krediet te veel wordt beschermd. “We hebben al strenge regels vergeleken met de rest van Europa; laten we niet aan overbetutteling gaan doen.” Aalders hoopt in overleg met Financiën en de AFM de richtlijnen nog te kunnen bijstellen. De VFN bestaat al ruim tachtig jaar en behartigt de belangen van gespecialiseerde kredietverstrekkers. “Wij zijn goed voor zo’n 50% van de totale markt voor consumptief krediet”, zegt Aalders, die tot november nog directievoorzitter was van Santander Consumer Finance Benelux. In drie jaar tijd is de van origine Spaanse bank uitgegroeid tot een van de grootste kredietverstrekkers van ons land met een portefeuille van grofweg driekwart miljard aan uitstaande leningen. Volgens Aalders, die verder weinig wil melden over zijn vorige werkgever, was de opbouwfase voorbij en was hij niet de aangewezen man om het bedrijf de volgende fase in te loodsen. Aantal aanbieders Onder de twintig leden van de VFN bevinden zich naast de bekende specialisten als Credit Agricole (onder meer Interbank) en Santander ook onderdelen van algemene banken, zoals Alfam (nu ABN Amro) en De Lage Landen (Rabobank), en financieringsmaatschappijen van automerken als Volkswagen en Citroën. De namen van ING, Rabobank en ABN Amro ontbreken op de ledenlijst. “Voor de grote banken is er de Nederlandse Vereniging van Banken. Wij richten ons op verstrekkers die uitsluitend actief zijn op de consumptief-kredietmarkt en geen volledige bancaire vergunning hebben.” Het aantal VFN-leden is door consolidaties de laatste jaren gedaald van rond de dertig naar zo’n twintig. “Ik vind niet dat het aantal marktpartijen nu te klein is, maar er moeten er niet nog meer verdwijnen.” Aalders ziet echter nog niet zo snel een nieuwe toetreder verschijnen. “Buitenlandse aanbieders moeten toch werken met regels die ze in andere landen niet gewend zijn.” Unieke normen De gedragscode voor VFN-leden voorziet in een leennorm voor het maximaal te verstrekken bedrag. “Het belangrijkste onderdeel daarvan is dat er een inkomsten-lastentoets moet worden gedaan.” Bij die toets moeten inkomensgegevens worden overgelegd en voor de uitgaven wordt uitgegaan van de Nibud-normen, andere leningen en de woonlasten. “Die worden ook door de NVB gehanteerd. Als uit de toets blijkt dat iemand niet in aanmerking komt voor een lening, kan niemand die aan hem verstrekken.” Volgens Aalders is Nederland met zulke normen uniek in Europa. “In andere landen worden nog wel eens aanvullende eisen gesteld bij grote leningen, maar die zijn dan niet zo dwingend voorgeschreven. Bij ons gelden de normen voor elke lening van meer dan _ 250 en een looptijd van meer dan drie maanden. En straks, als de Europese richtlijn voor consumentenkrediet is ingevoerd, geldt het voor alle leningen, dus dan zijn we ook van die verschrikkelijke flitskredieten af.” Die zogeheten Consumer Credit Directive, die naar verwachting in januari in de Nederlandse wetgeving wordt vastlgelegd, heeft op ons land minder invloed omdat de regelgeving al deels is ingevoerd. “De tabel met een jaarlijks kostenpercentage en de totale kosten is bijvoorbeeld in die richtlijn opgenomen, maar wij hadden dat al.” Aalders vindt de regelgeving zoals die nu bestaat, over het algemeen niet overdreven. “Wij komen op voor de belangen van de kredietverstrekkers, maar ook voor een gezonde leenmarkt. Daarbij hoort een uitstekende bescherming van de consument. Wel vinden we dat er nu wel voldoende gereguleerd is: tot hier en niet verder. In Europees perspectief heeft Nederland een van de laagste percentages consumptief krediet ten opzichte van het bruto nationaal product. Dat komt door alle regels die wij daarvoor hebben. Die zijn goed en zorgen voor een gezonde leenmarkt, maar laten we nu niet nog eens allerlei extra regels erbovenop verzinnen.” Overbetuttelen Aalders geeft het voorbeeld van de verplichte bedenktijd van twee weken die is opgenomen in de Europese richtlijn. “Dat is een prima regeling, maar Nederland wil nu als een van de weinige landen dat je binnen veertien dagen ook de met de lening samenhangende koopovereenkomst mag ontbinden. Zie je bijvoorbeeld af van een lening voor een auto, dan zou je ook de auto weer kunnen terugbrengen naar de dealer. Ik vind dat overdreven; laten we de consument niet overbetuttelen.” Dat de regels in ons land streng zijn, blijkt ook uit het percentage afwijzingen van leningaanvragen. “Dat ligt hoger dan in andere landen. Gemiddeld wordt 50% van de aanvragen afgewezen. Het beeld van de kredietaanbieder die de klant lokt met lage tarieven, klopt dus niet. Dat is in het verleden wel gebeurd, maar we hebben echt orde op zaken gesteld. Alleen ijlt dat negatieve imago nog na. Als je kijkt naar de huidige afwijzingspercentages, weet je dat de aanbieder kritisch is.” De nieuwe gedragscode van de VFN geldt sinds vier jaar. “Daarvoor kon het gebeuren dat een verstrekker bij de beoordeling alleen op zijn eigen ‘scorecards’ (ervaringscijfers uit de eigen portefeuille, red.) afging, terwijl de feitelijke situatie van de klant tot een andere beoordeling zou leiden.” Beloning De intermediaire kredietmarkt is in ons land relatief groot. “Bij alle grote verstrekkers speelt het intermediair een grote rol en dan met name de professionele kredietbemiddelaars.” Uit CBS-cijfers blijkt overigens dat het onafhankelijke intermediair qua aantallen kredieten een bescheiden rol speelt: minder dan één op de tien doorlopende kredieten werd in 2008 via een intermediair gesloten. Voor de VFN is de huidige systematiek van uitsluitend doorlopende provisie het beste beloningssysteem. “Bovendien wordt er alleen uitgekeerd als de klant ook zijn maandelijkse termijnen betaalt. Verder gaat het om enkele euro’s per maand omdat de vergoeding is uitgesmeerd over de hele looptijd. Daar gaat geen prikkel vanuit om snel leningen te gaan sluiten. De hit-and-run-markt is daarmee uitgebannen. Juist door de invoering van fee-beloning met een eenmalige beloning vooraf krijg je partijen op de markt die leningen willen gaan oversluiten.” De VFN overlegt over het beloningsmodel met Financiën en de AFM; dat heeft er al toe geleid dat minister De Jager consumptief krediet voorlopig niet schaart onder de producten waarbij provisie moet verdwijnen. De markt is voor de consument transparant, zegt Aalders: “Die ziet welk rentepercentage hij betaalt en er is geen provisiedruk. Een fee is een slechte oplossing; dat werkt in de hand dat een adviseur voor _ 400 fee de klant een nieuw advies gaat geven.” Nieuwe normen Onder de huidige regels moet een aanvrager minimaal _ 1.500 netto verdienen om een lening te kunnen aanvragen. “En als de nieuwe regels doorgaan die door de AFM zijn voorgesteld, moet een gezin met een koophuis een jaar-inkomen van meer dan _ 40.000 bruto hebben om te kunnen lenen.” Aalders vindt dat wat te veel van het goede. “Bij de nieuwe hypotheekregels gaat gerekend worden met de annuïtaire maandlast in plaats van de nettomaandlast. Als uitvloeisel daarvan moeten kredietverstrekkers uitgaan van de bruto- of de annuïtaire maandlast van de hypotheek in hun inkomsten-lastentoets. Daardoor komen huiseigenaren op een achterstand te staan ten opzichte van huurders: voor die laatste groep wordt bij het bepalen van de leencapaciteit wel naar de werkelijke maandlast gekeken. Terwijl onze ervaring nu juist is dat mensen met een koopwoning hun betalingsverplichtingen beter nakomen.” Over de aanpassing van de nieuwe normen wordt nu druk overlegd tussen overheid, toezichthouders en branchepartijen. “Het kan niet zo zijn dat je meer dan _ 40.000 moet verdienen om als huizenbezitter iets te kunnen lenen. Daarmee haal je een groot stuk van de markt weg, terwijl lenen ook een bijdrage levert aan het economisch verkeer.” In de discussie over de nieuwe kredietregels neemt de VFN een andere positie in dan de collega’s van de NVB. “Wij hebben alleen te maken met de consumptief-kredietnormen, maar de NVB is ook nadrukkelijk met de hypotheekregels bezig. En de hypotheekmarkt is veel groter dan de kredietmarkt, dus zullen ze eerder geneigd zijn om toe te geven op het gebied van consumptief krediet.” Aalders ziet graag dat de thuiswinkel-organisaties hun acceptatienormen op één lijn brengen met die van de VFN. “De NTO heeft met name andere normen voor kredieten onder de _ 5.000. Het gelijkstellen van de regels geeft een level playing field, anders kan een lening die wordt afgewezen bij bedrijf A worden geaccepteerd door postorder-bedrijf B.” Aalders vindt niet dat bij postorderbedrijven buitensporig hoge rentes worden gerekend. “Er is dat maximum van 15% en bij creditcards betaal je hetzelfde rentepercentage als bij thuiswinkels. Voor de consument is helder welk percentage wordt berekend. En een lening van _ 35.000 voor een auto met een looptijd van drie jaar is heel iets anders dan een besteding van _ 100 hier en _ 200 daar; het is logisch dat daarvoor andere rentepercentages worden gerekend. En er is niets verkeerds aan om een rente te rekenen die onder het wettelijk maximum zit.” Roodstaan is lange tijd te makkelijk geweest, vindt Aalders. “Als je maar een keer in de drie maanden een positief saldo had, was het goed. Dat wordt met de nieuwe Europese richtlijnen moeilijker gemaakt, waardoor we ook op dat gebied een gelijk speelveld hebben. Roodstaan is immers ook een vorm van krediet en het is goed om te zien dat dit nu ook aan dezelfde regels gebonden wordt.” Martin Aalders (44) werkte jarenlang in de reclamebranche, maar stapte in 1993 over naar een van zijn klanten: Aegon. Daar werkte hij veertien jaar: hij hield zich onder meer bezig met het opzetten van AH Geldzaken en een spaarbank in Italië. De laatste jaren was hij directeur van het onderdeel Retail Direct, dat later Aegon Bank werd. Begin 2008 maakte hij de overstap naar Royal Bank of Scotland, dat later onder de naam Santander actief werd in ons land. Tot 1 november was hij algemeen directeur van de Benelux-organisatie. Aalders verwacht in de branche actief te blijven. “Je kunt veel doen aan productontwikkeling en ik hou ervan om iets op te bouwen wat nog niet is gedaan.” ‘Gemiddeld wordt 50% van alle aanvragen afgewezen’ Bron: Assurantie Magazine 23 december 2010 door Rob van de Laar